maandag 14 november 2011

BIJNA 50 JAAR



Bijna 50 jaar….

Jan de Haan werd op 14 maart 1904 te Boornbergum (Fr) geboren. 
Na de lagere school kwam hij in de tweede klas van de Christelijke Kweekschool te Sneek terecht, die hij in 1924 als jong onderwijzer verliet. 
Bij gebrek aan werk solliciteerde hij bij de redactie van het Friesch Dagblad in Sneek. 
Op een briefkaart werd hem meegedeeld dat hij kon komen: tegen een salaris van f 10,- per week.
Op het kantoor in Sneek werd hij bij gebrek aan mankracht meteen voor de volle honderd procent ingezet. 
In ’41 hield het Friesch Dagblad op te verschijnen: de redactie en de directie wilden zich niet neerleggen bij de bevelen van de Duitse Presserat. 
Baas de Haan zat dientengevolge zonder werk en ging er dus een boekhouddiploma bijhalen. 
Die studie samen met administratief werk voor de Gereformeerde Kerk waarvan hij lid was liet hem toch nog vrije tijd. 
In deze donkere oorlogsjaren was het dat zijn eerste historische kinderboeken ontstond: “Fen bûgjen frjemd”. 
De tendens van het manuscript was wel zo opstandig, dat zijn vrouw het veiligheidshalve verborg in de bergruimte onder haar naaimachine. 
Na de oorlog werd het boek uitgegeven. 
Later volgden nog meer titels in hetzelfde genre.
Na de oorlog vertrok Jan de Haan naar Groningen, waar uitgever Jan Haan  “De Nieuwe Provinciale Groninger Courant” opnieuw deed verschijnen. 
Daar werd Jan de Haan tot “Baas”de Haan. 
Vijfentwintig jaar lief en leed heeft hij met deze krant gedeeld, eerst als chef – redacteur, later als hoofdredacteur, totdat de krant in 1965 opging in het dagblad Trouw. 
Tot op heden is “Baas” de Haan chef – redacteur van de Noord – editie van Trouw. 
Per 1 januari gaat hij met pensioen.


OUD – HOOFDRED. NIEUWE PROVINCIALE GRON. COURANT


“BAAS” DE HAAN NA BIJNA 50 JAAR UIT DE JOURNALISTIEK

Als “Baas”de Haan één ding hoopt van dit stukje over hem dan is het wel dat het goed overkomt. Als dit verhaaltje goed overkomt dan hebben wij daarmee voldaan aan wat deze 65 –jarige journalist – in bijna – ruste een van de meest fundamentele eisen van de journalistiek vindt: het maken van een stukje waarin de feiten overkomen zoals ze gebeurd zijn.
Iedere spreker, iedere gebeurtenis heeft daar recht op, meent hij.

“Baas”de Haan, zoals hij door iedereen die over hem spreekt genoemd wordt is “Mijnheer de Haan” als je met hem spreekt.  Maar als “Baas”heeft hij het grootste gedeelte van zijn journalistieke loopbaan doorgebracht: redacteur bij het Friesch Dagblad. Als redacteur, later hoofdredacteur gedurende 25 jaar bij de Nieuwe Provinciale Groninger Courant en nu chef – redacteur van de Noordelijke editie van het landelijk dagblad Trouw. Tot 1 januari, want dan is het afgelopen, met het vaste dienstverband. En daar is Baas de Haan wel blij om, want voor hem hoeft het niet allemaal meer zo. Hij heeft het wel gezien in de journalistiek en al zal hij heus nog wel eens bijspringen in acute omstandigheden, hij verheugt zich erop dat hij nu eens toe zal komen aan de dingen die hij in zijn journalistenbestaan heeft moeten verwaarlozen.




MOETEN

“Dat is een nadeel van de journalistiek”, zegt hij. “Je staat als een observator midden in het leven, je volgt de gebeurtenissen op de voet, je zit midden in de ontwikkelingen en toch….. Het typische is dat je buiten het gemeenschapsleven blijft. Je kunt je niet permitteren om lid te zijn van een vereniging die op één bepaalde avond in de week vergadert, want dan moet je veel te vaak werken. Maar nu wordt alles anders: ik ben ouderling en na 1 januari hoop ik op dat gebied iets te gaan doen. Het boeit mij bovenmare om dat proces mee te maken waarin de kerk bezig is zich los te maken van het harnas waarin zij eeuwenlang vastgeroest heeft gezeten en waarin zij tot een eigentijdse verschijning wordt”.

En hij verduidelijkt zijn plezier in de toestand die nu gaat komen: Ik moet nu niets meer. Ik heb lang genoeg gemoeten in mijn leven. Nu ik vrij ben kan ik helemaal zelfstandig bepalen wat ik wil”,

Jan de Haan zit misleidend kalm, pratend met gevouwen handen aan de tafel thuis: als werkloos onderwijzer op een hongerloontje van 10 gulden per week begonnen bij het Friesch Dagblad in Sneek, na de oorlog in dienst genomen bij de Nieuwe Provinciale van uitgever Jan Haan en na de samensmelting van dat blad met Trouw zijn laatste journalistiek jaren slijtend in een zekere teleurstelling dat het allemaal zo gelopen is. 
Die teleurstelling is merkbaar aan de halve zinnen waarmee hij soms een gesprekje over koetjes en kalfjes lardeert: bij de opening van een expositie, bij een relatief belangrijke persconferentie. Als echter op die teleurstelling wordt gezinspeeld, (heel voorzichtig, want ieder die wel eens een borreltje met hem gedronken heeft weet hoe hij plotseling fel met de vuist op tafel kan slaan als hij een principiële zaak wil verdedigen) wil hij daar maar nauwelijks iets over kwijt. 
Geen toestanden, vooral geen toestanden meer: het verdwijnen van de Nieuwe Provinciale in 9165 heeft hem tenslotte de ervaring gegeven, dat het werk hij zich in alle oprechtheid voor inzette, het uitbouwen van zijn krant, hem bij de handen werd afgebroken.

TROUW

Heeft hij dat gevoel ook bij Trouw, een van de bladen die er nu niet bepaald rooskleurig voorstaat? De blik door de brillenglazen is scherp genoeg. Baas de Haan begrijpt uitstekend wat er gevraagd wordt, maar besluit de boot toch maar af te houden. Hij staat op, gaat direct zitten en neemt lange tijd stilte in acht: is hij boos? Hij is niet boos, maar dicteert na enkele minuten een bedachtzaam antwoord met veel pauzes en veel relativeringen.

“Ik dacht dat de formule volgens welke de redactie van Trouw op dit moment werkt om een krant te maken – lange pauze – die goede actuele en achtergrondinformatie geeft van de ontwikkelingen die zich binnen het protestants christelijk leven van Nederland voltrekken en tevens buiten onze grenzen, dat die formule een heel goede is. Maar zal Trouw de tijd gegeven zijn om de krant die door de redactie voor ogen gaat inderdaad helemaal uit de verf te laten komen?”

Hij kijkt vorsend terug: “Ja mijnheer de Haan, dat vroegen we nu net aan u”. 
Weer een lange periode van zwijgen. 
“Ik weet niet welke kant u uit wil”. 
En als hij dan gehoord heeft dat er helemaal niet naar een speciale kant toe gevraagd wordt, maar zomaar wat in het wilde weg geprikt: “Ik hou meer van een planmatige opzet”.


DAL

En dan laat hij zich toch nog verleiden tot een voorspelling aan de hand van een in Trouwe geciteerde uitspraak van de voorzitter van de Christelijke Pers, de heer Fibbe die gezegd heeft dat de Christelijke Pers wellicht volgend jaar door het diepste dal heen zal moeten. “Ik zie het niet zo dat Trouw op zeer korte termijn al aan het eind van zijn Latijn zou zijn. De samensmelting met het Kwartet maakt een nieuw startpunt mogelijk. Ik zou ’t een bijna onherstelbaar verlies vinden als een landelijk christelijk dagblad niet meer mogelijk zou zijn in Nederland”.
Pas veel later in het gesprek komt hij er nog eens en dan plotseling fel en prikkend net zijn vinger op het papier op terug: Een van de dingen die mij in het leven pijn hebben gedaan is dit: dat wij niet geprobeerd hebben met het aangrijpen van de positieve dingen die er wel waren al dat andere ook aan te pakken en in positieve richting om te buigen. Er is een heel volksdeel bij die krant betrokken. Je maakt mij niet wijs dat daarin geen kracht genoeg zou zijn om die krant te behouden. Maar we  zijn op die negatieve manier met elkaar de grafdelvers geworden van onze eigen regoniale bladen”,
Dat kunnen zijn de lezers van de Nieuwe Provincialer in de zak steken en even daarna komt er eenzelfde veeg uit de pan voor de geestverwanten van Trouw.

“Ik hoop van harte dat hetzelfde negatieve grapje met Trouw niet uitgehaald wordt. Want als Trouw verloren gaat, dan hebben we het zelf gedaan. Wij als protestants christelijk volksdeel hebben in zoverre individueel een hele grote verantwoordelijkheid voor wat het voortbestaan van een krant betreft. Een krant is voor mij nog steeds geen pond suiker”.

Dit is een van de situaties waarin er principieel met de vuist op tafel geslagen moet worden, zonder je te bekommeren om de gevolgen. Zoals er ook in het begin van de oorlog een veel principiëler vuist gemaakt werd tegen de Duitsers door de verschijning van het Friesch Dagblad te staken, liever dan naar de pijpen van de bezetter te dansen. Liever zelf zonder werk, dan je principe laten varen.

VREDE

“Zolang je in de boot zit kijk je niet zo achterom naar de weg die je als mens hebt afgelegd. Maar nu denk ik wel eens: als je een andere kant had gekozen had je dan niet meer van die weg terecht gebracht met de gaven die je hebt meegekregen? Ik heb een boeiend leven gehad, maar ook zwaar. En toch kan ik er volle vrede mee hebben dat het zo gelopen is. De intentie waarmee ik getracht heb dit vak te vervullen zou op een andere manier toch dezelfde geweest zijn.

TRAGIEK

Baas de Haan, een beetje triest, een beetje teleurgesteld, toch niet verstoken van een zekere humoristische kijk op zijn eigen omstandigheden, Toch dankbaar voor alles wat hem is overkomen: de mensen die hij heeft ontmoet, mannen als Jongeling, Algra en Bruins Slot waar hij tegen op kon zien en waarvan hij daarom bepaalde eigenschappen over het hoofd kan zien. De vrouw die hij trouwde en waartegen hij nu tijdens het gesprek zo genoeglijk knikte, al hebben ze ook elf (grote) kinderen samen. En de overtuiging dat het tenslotte allemaal goed  zal komen met een mensenleven.
Om nog even terug te komen op zijn afscheid van Trouw: “Het geeft een tragisch levensgevoel, dat je er uitstapt net op het moment dat Trouw volgend jaar door het diepste dal heen moet. Maar ik kan niet meer. Ik had liever een bloeiende krant verlaten die helemaal geen zorgen had, dan nu een krant waarbij de zorgen zo groot zijn”.
Een baas onder de journalisten, deze Jan de Haan uit het Friese Boornbergum: Hij constateert alleen maar als zegt: “Ik heb met de zorgelijke kant van de journalistiek een behoorlijke portie te maken gehad.”

Zo kwam het over en alle eerlijkheid: een wat weemoedige maar zeker niet uitgebluste man, die geen behoefte meer heeft aan opzienbarende uitspraken maar zich toch verzet als de fundamenten waarin hij gelooft worden aangetast. En die bij dat alles durft te zeggen dat hij volle vrede met het verloop van zijn leven hebben kan.

Groninger Gezinsbode , 23 december 1971







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen